Geschiedenis

Als zelfstandige natie is Nederland in 1648 van start gegaan als een Republiek der Zeven Verenigde Provinciën met daaraan toegevoegd territoria die niet de status van provincie bezaten, de zogeheten Generaliteitslanden, zo genoemd omdat ze rechtstreeks door centrale overheid (de Staten-Generaal) bestuurd werden. Het betrof hier Staats-Vlaanderen (later als Zeeuws-Vlaanderen in de provincie Zeeland opgenomen), Staats-Brabant (wat grotendeels overeenkomt met de latere provincie Noord-Brabant) en Staats-Overmaas. Toen in 1815 België en Nederland tot één land werden samengevoegd kwamen ook de Belgische provincies bij Nederland. Na de Belgische Revolutie in 1830 splitste deze provincies zich weer af, maar in ruil voor erkenning werd in 1839 het oostelijke deel van de Belgische provincie Limburg toegevoegd aan Nederland als de huidige Nederlandse provincie Limburg. Toen daarmee het moderne Koninkrijk der Nederlanden werd ingesteld, kreeg deze nieuwe provincie Limburg een heel bijzondere status. Het was namelijk als hertogdom Limburg (1839-1866) gelijktijdig lid van de Duitse Bond. Nadat deze status aparte was genormaliseerd bleef het provinciaal bestuur de titel Hertogdom nog veertig jaar voeren. Uit het bijzondere verleden van Limburg stamt ook de titel Gouverneur, waarmee in Limburg de Commissaris der Koningin nog altijd informeel wordt aangeduid.

In 1840 werd de provincie Holland gesplitst in twee provincies, Noord-Holland en Zuid-Holland.

De provincie Flevoland is ingesteld per 1 januari 1986.

In 1997 werd de officiële naam van de provincie Friesland veranderd in het Friestalige Fryslân.

 

Aanvullende gegevens