Je tuin in twaalf maanden (JULI)

geert
Berichten in topic: 17

Re: Je tuin in twaalf maanden (JULI)

Bericht door geert » 07 nov 2011, 12:26

WATERTUIN

Hoewel de prachtige water- en oeveririssen nu uitgebloeid zijn is er toch nog heel veel om naar uit te kijken.
De waterlelies worden nog mooier dan ze al zijn en de pontederia en lobelia moeten zelfs nog uitkomen.
Als de bloemen van de waterlelie hun hoogtepunt hebben gehad en langzaam maar zeker verwelken, zult u zien dat er bijna geen zaad geproduceerd wordt.
Een van de weinige uitzonderingen is de miniatuur-waterlelie, Nymphaea pygmaea alba die dat wel doet.
Als u de zaaddoos verwijdert zodra de zaden donkergroen tot zwart van kleur zijn kunt u ze met enige moeite zelf vermeerderen.
Het moet wel direct gebeuren - u kunt het zaad zelfs geen dag laten liggen.
Zet van tevoren een zaaipan gevuld met gesteriliseerde aarde klaar, spreid de gelei-achtige zaadmassa erop uit en leg er dan nog een dun laagje aarde overheen.
Laat de zaaipan heel voorzichtig in een ondiepe bak met water zakken - er mag ongeveer 1,5 tot 2,5 cm water in staan.
Als u de waterbak op een constante temperatuur van 13° tot 16°C houdt ontkiemt het zaad in vier tot zes weken.
De zaailingen blijven echter tot volgend jaar juni in de kweekbak.
Pas dan mogen ze op vijftien centimeter diepte uitgeplant worden.
De overgrote meerderheid van de winterharde waterlelie-hybriden produceren zo zelden zaad dat u, als u ooit een zaaddoos ziet, de kans zeker niet voorbij moet laten gaan.
De zaailingen van hybriden worden op dezelfde manier opgekweekt als die van de N. pygmaea alba.
Als het u lukt is dat zeker iets waar u trots op kunt zijn.
En wie weet, misschien kweekt u wel een superieure nieuwe variëteit.
Ook oeverplanten zoals irissen en primula's kunnen vermeerderd worden.
U moet in juli en augustus goed opletten of het zaad nog niet rijp genoeg is om te gebruiken.
Hebt u een vorstvrije koude bak of hobbykas dan kunt u meteen zaaien.
Zo niet dan bewaart u het zaad droog om het in maart onder glas te zaaien of in april buiten in een beschut zaaibed.
Na het uitleggen van de zaadjes - in de kas, onder glas of buiten - moeten ze net bedekt worden.
Over het algemeen wordt een laagje van tweemaal de dikte van het zaad aangehouden.
Voor irissen komt dat neer op een halve centimeter en voor primula's op het allerfijnste laagje grof zand dat u kunt uitstrooien.
Waterslakken eten rottende planteresten, knabbelen aan de algen en zijn daardoor heel nuttige dieren voor de vijver.
Er is echter de poelslak, de Limnaea stagnalis, een heel grote, die de gezonde planten gaat aanvreten als er niet genoeg restjes zijn.
Ze zijn met name
De Lobelia fulgens 'Bee's Flame' is een cultivar met helderrode bloemen die graag vochtig staat, dus ergens in de buurt van de vijver.
Ze zijn niet winterhard en moeten oktober gerooid worden.
bijzonder gesteld op de zuurstofproducerende onderwaterplanten.
In kleine vijvers kan het wel voorkomen dat er een tekort aan plantresten ontstaat, vooral als deze slakken de tijd hebben gehad om zich uit te breiden en groter worden (hun huis kan wel vijf centimeter lang worden).
Als u merkt dat de grote slakken de gezonde planten aanvreten moet u daar snel iets tegen doen.
Het is vrij eenvoudig om de slakken van het blad af te halen als u ze ziet.
De wat slimmere lokt u omhoog met een slablaadje dat u op het water legt.
Hoe naar het ook is, ze moeten in elk geval dood gemaakt worden.
De minst pijnlijke methode is om ze in kokend water te gooien.
Van slakken zijn er vaak of te veel of weinig.
Als u lege huisjes vindt kunt er bijna zeker van zijn dat dit het werk van bloedzuigers is.
Deze beestjes komen een enkele keer wel voor in de vijver.
Voor de mens zijn ze volkomen onschadelijk maar de weerloze slakken zijn een makkelijke prooi.
Als er sprake is van een enorme overlast moet de vijver met alles wat erin zit grondig schoongemaakt worden.
Meestal komt het gelukkig niet zover.
Met een stukje rauw vlees dat u in het water hangt kunt u de bloedzuigers lokken, zoals de grote waterslakken met een slablaadje.
Goudvissen en hun blauwe variëteit van vijftien centimeter of langer zijn seksueel volgroeid en gaan onder de juiste omstandigheden kuit schieten.
De vijver moet bijvoorbeeld goed beplant en zuurstofrijk zijn en het is nodig dat er voldoende voedsel aanwezig is.
Maar toch zijn dat niet de enige voorwaarden.
De temperatuur van het water en de lichtinval spelen ook een rol.
Welke combinatie van factoren nu echter precies de aanleiding is voor het paren is onbekend.
Het kan in mei plaatsvinden of in april, maar ook in augustus, geef de hoop daarom niet te snel op.
Het is natuurlijk het beste als de vissen zich vroeg in de zomer voortplanten, omdat de jonge vissen dan tegen de winter groot genoeg geworden zijn om een redelijke overlevingskans te hebben.
Het overbrengen van het broedsel naar speciale waterbakken en het zelf grootbrengen van de vissen is alleen toevertrouwd aan de expert.
De gewone vijverbezitter kan zich daar beter niet aan wagen, want zonder vakkennis loopt dat waarschijnlijk op een teleurstelling uit.
Als u de vissen goed voedt en ervoor zorgt dat er voldoende planten aanwezig zijn (want die hebben ze nodig voor het kuit schieten) doen de vissen de rest zelf en op een gegeven moment zal de vijver echt vol genoeg zijn.
In deze tijd van het jaar kan tijdens warm, drukkend weer een zuurstoftekort ontstaan waardoor de vissen wanhopig lucht proberen te happen.
Het lijkt dan wel alsof ze zich met hun staart afzetten om beter boven het wateroppervlak uit te komen.
Op deze hoodsignalen moet direct gereageerd worden om uitsterven te voorkomen.
Zet de straal van de tuinslang op de vijver en spuit er flink mee in het rond.
Het helpt ook al als u de slang een paar uur in de vijver laat druppelen.
Vijvers met een fontein of waterval lijden nooit aan een zuurstoftekort: iedere golf en iedere druppel die van bovenaf weer in het water valt brengt zuurstof mee on de vissen in leven te houden als de zuurstofproducerende planten tijdelijk op non-actief staan, wat in drukkend weer wel kan voorkomen.

geert
Berichten in topic: 17

Re: Je tuin in twaalf maanden (JULI)

Bericht door geert » 07 nov 2011, 12:28

DIEREN IN DE TUIN

Juli kan een warme, soms bijna te warme maand zijn en als het dan ook nog vaak regent lijkt het wel alsof alles plakt.
In dit weer zijn vijvers, rivieren en meren heerlijk koele toevluchtsoorden waar tegelijkertijd de gelegenheid geboden wordt om het gedrag van de dieren en vogels te observeren die langs de oever leven.
De rouwkwikstaart bijvoorbeeld, een heel druk en klein insectenetertje dat geen moment rust kent.
Hij haast zich van de ene steen naar de andere op zoek naar vliegen en mieren waarbij zijn staart op en neer wipt.
Een familielid van hem is de grote gele kwikstaart.
Hoewel ze erg op elkaar lijken heeft de laatste een gele borst en zijn neef de rouwkwikstaart, een witte.
De natuurlijke verblijfplaats van de grote gele kwikstaart verschilt ook van die van de eerste; die prefereert snel stromend water ver weg van de mensen.
De rouwkwikstaart is daarentegen heel vertrouwd met de - door mensen - bewoonde wereld.
Een andere goede bekende is de huiszwaluw die deze maand een nest gaat bouwen en die u dan ook steeds heen en weer ziet vliegen tussen de dakrand en de oevers van de vijver om modder voor zijn koepelvormige nest op te halen.
Naast de vijver kunt u soms de magere, grijze gestalte van de reiger zien.
Hij staat daar bewegingloos en wacht tot er iets van zijn gading voorbij komt, bijvoorbeeld een kikker.
De ringslang loert daar ook graag op maar heeft het nu erg druk met het uitzoeken van een plek om zijn eieren te leggen.
Meestal wordt het de composthoop in de tuin - daar is het lekker warm.
Tegen het eind van de maand komen de eieren uit en lopen de jonge slangen het risico dat ze doodgetrapt worden omdat men ze aanziet voor adders.
Ook heel bekend maar niet zo vaak voorkomend is de otter, een diertje dat heel goed werk doet in de vijver door zieke en heel oude vissen op te eten, waarmee hij de visstand gezond en op peil houdt.
Helaas worden otters wel gedood door mensen die niet weten hoe nuttig ze zijn.
In warme, vochtige julinachten komen er tal van dieren naar de vijver om te drinken of hun prooi op te zoeken.
De volgende ochtend zijn de afdrukken van hun poten meestal nog goed zichtbaar.
Door daar eens een studie van te maken kunt u er achter komen welke dieren er langs gekomen zijn.

Plaats reactie