De tuin in twaalf maanden (JUNI)

geert
Berichten in topic: 17

De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:36

Karweitjes van de maand Juni.

Hoewel alles nu groeit en bloeit en er prachtig bij staat, is er nog heel veel te doen.
De bollen moeten uit de grond gehaald worden en de kamerplanten naar buiten gebracht;
het gazon moet geregeld gemaaid worden;
de zaailingen hebben een grotere pot nodig en de groententuin eist ook aandacht.
Het zijn karweitjes, die niet uitgesteld kunnen worden.
In juni groeien de planten zo snel dat verwaarlozing ernstige gevolgen kan hebben.

Hier direkt onder vinden jullie de karweitjes in het kort weergegeven.
Als je doorscrollt naar beneden vind je de uitgebreide artikelen per groep.


______________________________________________________________________________

BOLLEN

Te dicht op elkaar staande en uitgebloeide bollen kunnen uit de grond gehaald worden en in dozen gelegd om te drogen.
Gladiolen hebben bij droog weer veel water nodig.

______________________________________________________________________________

SNIJBLOEMEN

Geef vaste planten flink water voor u ze in bloemstukjes gebruikt.
Riddersporen moeten eerst in heet water voor ze in een vaas gezet worden.

______________________________________________________________________________

FRUIT

Bespuit appels al vroeg tegen rode spint en herhaal de behandeling twee weken later.
Kijk of er tussen de kruisbessen geen zaagwesprupsen zitten.
Haal de groeitop uit kasmeloenen als ze tot boven aan het gaas geklommen zijn.

______________________________________________________________________________

HOBBYKAS

Het wordt tijd om de planten uit de koude bak naar buiten te plaatsen.
Potchrysanten die al buiten staan moeten worden opgebonden.

______________________________________________________________________________

HEGGEN

Rozenhagen geregeld bespuiten om insectenziekten, meeldauw en bladluis tegen te gaan
______________________________________________________________________________

VASTE GEWASSEN

Verwijder de tulpen die in mei gebloeid hebben om plaats te maken voor andere borderplanten.
Vernietig verrotte bloemblaadjes.
Meng kunstmest door de grond voor er nieuwe planten in worden gezet.

______________________________________________________________________________

KAMERPLANTEN

De minder kwetsbare kamerplanten moet u nu een tijdje buiten zetten om ze te laten profiteren van de zon en de regen.
Bescherm ze wel tegen de wind.
Sommige kunnen met pot en al in de border staan.
Houd ze goed nat.

______________________________________________________________________________

GAZON

Het gazon moet nu tenminste 2 keer per week gemaaid worden.
Hark het grasveld deze maand een keer of twee aan voor u er met de maaimachine overheen gaat, dat voorkomt onkruid.
Het wordt tijd om ook weer wat kunstmest te strooien.

______________________________________________________________________________

PADEN, MUREN EN AFSCHEIDINGEN

Sommige bloemborders zien er veel beter uit als er een smal pad langs loopt.

______________________________________________________________________________

PATIO'S, BLOEMBAKKEN EN DAKTUINEN

De patio bloeit op en heeft recht op een extra aankleding.

______________________________________________________________________________

ROTSTUINEN

Wat u in april gezaaid heeft kan nu verpot worden.
Zaai vanaf nu ook de zeldzamere soorten.

______________________________________________________________________________

ROZEN

Een belangrijk karwei deze maand is het verwijderen van overbodige knoppen.
Wat vloeibare(kunst)mest geeft goede resultaten.
Bij het eerste teken van meeldauw meteen bespuiten en zorgen dat ongedierte geen kans krijgt.

______________________________________________________________________________

BOMEN EN HEESTERS

Nieuwe klimplanten de benodigde steun geven.
De hoofdscheuten van planten die niet op eigen kracht omhoog klimmen moeten, tot dat ze sterk genoeg zijn, opgebonden worden tegen horizontaal gespannen ijzerdraden.

______________________________________________________________________________

GROENTEN[/url]

Als u volgens plan te werk gaat hebt u de hele zomer door verse groenten.
Zaai sla tussen de langzamer groentensoorten zodat de grond optimaal benut wordt.
Haal de toppen uit de tuinbonen.

______________________________________________________________________________

WATERTUIN

Waterplanten kunnen in juni nog altijd in de vijver geplaatst worden.
Nieuwe vijvers die vorige maand zijn beplant kunnen nu met vis worden gevuld.
Als de jonge bladeren van de waterlelie zijn aangetast door de galmug moeten ze van de plant worden gesneden.
______________________________________________________________________________

DIEREN IN DE TUIN

Op warme juni-avonden komen de insecten, de larven en hun vijanden te voorschijn.
De egel, een bijzonder effectieve bestrijder van, kan onder de heg vandaan gelokt worden met een schoteltje melk.
______________________________________________________________________________
Laatst gewijzigd door geert op 07 nov 2011, 11:36, 1 keer totaal gewijzigd.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:40

BOLLEN

Tegen het einde van de maand, als het loof afgestorven of geel geworden is, kunnen de lente-bloeiende bollen gerooid worden.
Tulpen moeten gerooid worden zodra ze uitgebloeid zijn en elders, bij voorkeur op een zonnige plaats neergezet worden om te rijpen.
Laat de botanische tulpen ongestoord in de grond en graaf ze alleen op als ze gedeeld moeten worden.
Andere lente-bloeiende bolgewassen hoeven pas opgegraven te worden als ze lelijk worden of te dicht op elkaar zijn gaan groeien.
Het opgraven gebeurt met een gaffel of vork.
Let er wel op dat u de wortels van de planten niet beschadigt.
Laat de bollen in dozen in een goed geventileerde schuur drogen.
Verbrand de bollen die zacht zijn geworden of zijn aangetast door aaltjes.
Als de bollen droog zijn moeten dode bladeren en oude wortels verwijderd worden en de verdroogde huidlagen afgewreven.
Leg de 'schone' bollen dan in kistjes en zet ze koel weg.
Houd de verschillende soorten uit elkaar en zet hun namen op kaartjes erbij.

Geef de gladiolen bij droog weer flink water.
Het is beter om ze teveel te geven dan te weinig.
Als ze niet opgebonden zijn moet dat deze maand gebeuren daar ze anders door de wind worden heen en weer gezwiept als ze groter zijn, vooral als ze in een onbeschutte tuin staan.
Geef gladiolen en lelies een dek van compost, turf of bladaarde zodat het vocht wordt vastgehouden, maar wees voorzichtig opdat er geen rottende grondstof rond de kragen van de planten terecht komt, daardoor zou de bol of knol gaan rotten.
Als de bloempunten zichtbaar worden moet u oppassen voor luis.
Tijdens droge dagen is het het best om een preventief middel te gebruiken.

De lente-bloeiende bollen die deze herfst geplant moeten worden - in het bijzonder de narcissen want die houden er niet van om langer dan nodig boven de grond te vertoeven.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:41

SNIJBLOEMEN

Mooie, decoratieve bladeren zijn voor een bloemstuk even belangrijk als bloemen en veel mensen zorgen er dan ook voor dat zij in hun tuin een uitgebreide collectie planten hebben die zowel bloem als blad leveren.
Veel vaste plantensoorten hebben in de tuin een taak als bodembedekker en als schaduwgever.
Afbeelding De veelkleurige maagdenpalm, Vinca Major Variegata heeft lange, slanke, kruipende stengels die in de grond wortelen en die, als ze afgesneden zijn, heel elegant vanuit een hooggeplaatste pot - op een piëdestal misschien - naar beneden hangen.
Afbeelding De lamium-soorten (dovenetels), met goud en zilver geschakeerde bladeren, zijn eveneens grondbedekkers die het met hun sierlijke stengels heel goed doen in een vaas.
AfbeeldingHeuchera's,
Afbeeldingsalomonszegels of polyonatums,
Afbeeldinghosta's
Afbeeldingen varens, zijn er ook geschikt voor.
Als u een van deze soorten afsnijdt moet u er aan denken dat ze vocht en schaduw nodig hebben tijdens de groei.
Daarom moet u zorgen ze genoeg water hebben opgenomen voordat u ze in een vaas of een pot zet.
Alleen volgroeide varens drinken water.
Zoek varens uit die aan de onderkant van hun blad voldoende ontwikkelde sporen hebben en houd ze eerst in heet water.

Afbeelding De decoratieve tuingeranium is een van de borderplanten die in juni naar buiten gebracht worden.
Het is waar dat de blaadjes vergeleken met die van de hosta's klein en kort zijn, maar vanwegen hun heldere kleur komen ze toch heel goed van pas in bloemstukjes.
Bovendien worden ze in potten gekweekt waardoor ze in de wintermaanden ook in de kamer kunnen opfleuren.
Alleen al daarom is het de overweging waard een aantal in huis te zetten.
Afbeelding De rinicus of wonderboom heeft grote, handnervige bladeren die afhankelijk van de variëteit groen, paars of bronskleurig zijn.
Ze kunnen het best als een soort krans aan de voet van bloemen op lange, gladde stelen geschikt worden.
Deze bladeren zijn zijdezacht en hebben dan ook eerst een heet waterbehandeling nodig.
Afbeelding Delphinums of riddersporen zijn vooral in droogboeketten op hun plaats omdat ze als enige onder de vaste planten helder blauwe kleuren hebben.
Houd er rekening mee dat kleur van gedroogde bloemen minder levendig is dan die van verse bloemen, kies daarom felle kleuren.
Donkerpaars wordt zwart en geeft een droogboeket een doods effect.
U moet ook uitkijken voor lavendelgrijze riddersporen want deze maken een stoffige indruk als ze gedroogd zijn.
De variëteiten met een goed 'oog' zijn bijzonder aantrekkelijk.
De helderwitte zullen een uitstekend resultaat geven.
Eenjarige ridderesporen kunnen ook gedroogd worden.
Hoewel zelfs de heel grote bloei-aren goed drogen (als u tenminste voldoende ruimte hebt om ze op te hangen) zijn de kortere beter bruikbaar voor dit doel.
Als u liever geen hele bloei-aren afsnijdt om de tuin niet te plunderen voor dit doel, moet u de bloemetjes nemen die aan de onderkant van de bloei-aren groeien; deze kunnen los geplukt en gedroogd worden .
Ze zijn ook geschikt om in een vaas gezet te worden.
Delphinums moeten, net als alle andere bloemen die niet tot de echte strobloemen gerekend worden, snel en niet té heet gedroogd worden.
Het makkelijkst is om ze apart ondersteboven in een goed geventileerde kast te hangen, maar het kan eigenlijk overal waar het donker, droog en warm is.
Delphinums die u vers gebruikt moeten in heet water voor ze worden geschikt in een vaas.
Zoals alle ranuculaceae zijn deze bloemen heel temperamentvol als ze gesneden zijn.
Als u na de heetwater-behandeling een stuk van de stengel wilt halen, doe dit dan onder water, zodat er geen luchtslot ontstaan in de steel.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:43

FRUIT

In de groententuin moet deze maand opnieuw aandacht worden besteed aan het bestrijden van ongedierte en ziekten.
Bespuit appels begin jumi met pirimor of derris tegen rode spint en herhaal dit om de veertien dagen, of bespuit ze half juni met een eidodend middel en drie weken later nog een keer.
Het is raadzaam om na enige tijd een ander bestrijdingsmiddel tegen rode spint te gebruiken, want het beest wordt er helaas snel immuun voor.
Fruitmot kan ook veel last veroorzaken.
De larven ervan worden soms in de appels aangetroffen.
Ze moeten gedood worden voor ze hun weg naar binnen eten door bij de tweede of derde behandeling met dipel, of behandelingen met 'n eidodend
middel uit te voeren.
Twee keer, met een tussenpoos van veertien dagen, bespuiten met pirimor is in de regel wel afdoende tegen de bloedcicade, het beestje dat zichzelf beschermt met wit schuim en er dan uitziet als een plukje watten.
Je komt deze heel vaak tegen op de lavendelstruikjes.
In ernstige gevallen als het ongedierte overleeft, of als het gaat omgrote, aangetaste plek, kunnen de ''wattenplukken'' aangestipt worden met een sterkere oplossing.
Gewoonlijk zijn de antischurftbehandelingen in maart, april en mei een waarborg voor gaaf, onaangetast fruit.
Als de fruittuin in voorgaande seizoenen echter veel last hebben gehad van schurft, is het verstandig in juni nog een keer te spuiten met captan.
Rode spint kan met een redelijk versterkend vergrootglas gelokaliseerd worden.
Onderzoek de onderkant van de bladeren van pruimen en reine-claudes en behandel ze op dezelfde manier als appels, als er inderdaad rode spint op voorkomt.
De rode pruimelarve is voor pruimen even schadelijk als de fruitmot voor appels.
Pruimen die in de winter met vruchtboomcarbolineum zijn bespoten worden er meestal niet door aangetast; als dat niet is gebeurd moeten de bomen half juni met ovirex bespoten worden en twee a drie weken later nog een keer.
Gebruik nooit DDT, dat is ten strengste verboden.
Een ouderwetse maar effectieve manier om fruitmot en rode pruimelarven te voorkomen is het vangen van de rupsen tijdens hun winterslaap.
Neem een lap jute, vouw hem dubbel en wikkel hem rond de stam van de boom, direct onder het punt waar de zijtakken beginnen, en bind de lap met twee touwtjes vast.
De rupsen kruipen in de vouw van de lap die in de herfst weggehaald en verbrand kan worden.
Heeft u geen jute bij de hand, gebruik dan repen golfkarton: de vogeltjes pikken die op zoek naar rupsen waarschijnlijk kapot voor u ze kunbt verbranden.
Bespuit frambozen tien dagen na de volle bloei met nexion tegen de frambozenkeever en herhaal dit weer tien dagen later.
Als de frambozen ernstig zijn aangetast door de stengelvlekkenziekte moet u er wat colloïdaalkoper aan toevoegen.
Kijk de kruisbessen na op nieuwe zaagvliegrupsen en bespuit zonodig met dipel.
Knijp de bloesem af van frambozen en ander omhoog geleide vruchten die de afgelopen winter pas zijn geplant.
Late aardbeirassen, waar de bloesem tot nu toe steeds vaaf zijn gehaald mogen vanaf nu doorbloeien.
Houd deze aardbeibedden onkruidvrij.
Een 5 cm dikke mulchlaag van grasmaaisel of vochtig turf kan daarbij een goede hulp zijn en bovendien wordt het grondvocht daardoor vastgehouden.
Ventileer aardbeien op warme dagen onder de teeltklokken.
Als kasmeloenen tot bovenin het ijzerdraad zijn geklommen moet de groeitop er uit worden geknipt. zodat de zijscheuten zich kunnen ontwikkelen.
Plant meloenen uit de koude bakken of onder teeltklokken, nijp ze in en leidt 4 zijscheuten naar de hoeken van de bak of zover mogelijk de teeltklok in.
Breek 'dieven' uit de zijtakken van muurabrikozen, dat stimuleert de ontwikkeling van fruitsporen.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:45

HOBBYKAS

Dahlia's, geraniums, fuchsia's, zinnia's, vuursalie (Salvia splendens), canna's, struikbegonia's en heliotropen kunnen nu, als ze zijn afgehard, vanuit de koude bakken naar de tuin worden overgebracht.
Als u teveel planten heeft moet u er maar een paar in middelgrote potten oppotten en in de kas zetten.
Geraniums kunnen heel goed tot de winter bewaard worden door tot eind september alle bloemknoppen er uit te verwijdern.
De lege bakken kunnen nu gebruikt worden voor de potplanten voor volgend jaar zoals cyclamen, cineraria's, de Primula obconica, primula malacoïdes en calceolaria's of pantoffeltjes, zodra ze in hun laatste pot staan.
Sommigen staan al in potten van 8 a 9 cm, maar anderen staan nog in dezelfde bak waarin ze verspeend zijn.
Deze laatsten moeten ook afzonderlijk opgepot worden in potcompost, voordat de bladeren elkaar raken.
Zorg dat de wortels vochtig zijn voor ze opgepot worden, druk de compost een beetje aan en laat de bovenkant een centimeter vrij om water te geven.
Plantjes zonder duidelijke stelen, moeten niet te diep in de pot gezet worden.
Plantjes die al in kleine potjes staan kunnen overgepot worden zodra de wortels in de afvoergaten zichtbaar zijn.
Nadat de plantjes water hebben gehad worden ze uit de pot geklopt en overgeplant in een grotere (12 of 15 cm doorsnede), ook gevuld met potcompost.
Als de plantjes opgepot zijn moet er bovenin no 2 cm vrij zijn om makkelijk water te kunnen geven.
Zet ze dan een paar dgaenb in de schaduw en houd ze vrij droog; breng ze daarna over naar de koude bak.
Ze groeien er beter en hebben minder water nodig als ze tot aan de rand van de pot in een mengsel van turf, zand en gezeefde aarde staan, of alleen in turf en zand.
Zet de planten niet te dicht boij elkaar, de bladeren mogen elkaar nooit raken.
Ventileer goed en bescherm tegen volle zon.
Het oranjeappelboompje (Solanum Capsicastrum) moet op dezelfde wijze opgepot en ingegraven worden, maar voeg aan elke pot een snufje Engels zout (bitterzout) toe.
Tegen de tijd dat de plant kleine, witte bloemetjes krijgt, moet hij regelmatig met water besproeid worden opdat er mooie `appeltjes' aan komen.
Als de laat-bloeiende planten in de koude bak staan kan de kas gebruikt worden voor de zomerbloeiers zoals gloxinia's en knolbegonia's.
Om grote bloemen te krijgen moet u ze bemesten zodra de wortels de pot gaan vullen.
Geef liever vaak een lichte dosis dan een sterke oplossing met 'lange tussenpozen'.
U moet altijd bemesten als de aarde vochtig is.
Bescherm deze en andere potplaanten tegen de volle zon.
Houd de kas nat en ventileer goed tijdens de warme dagen.
Potchrysanten die buiten staan moeten nu opgebonden worden om niet door de wind beschadigd te worden.
Gebruik bloemstokken van 1.20 tot 1.50 mtr, afhankelijk van de variëteit, en zet één, twee of drie stokken in elke pot.
Als u er één gebruikt moet u hem rechtop zetten en hem aan horizontaal tussen twee palen gespannen ijzerdraad vastbinden.
Potchrysanten moeten met zorg behandeld worden: geef ze steeds zoveel water dat de aarde verzadigd is.
Azalea's die u van vorig jaar bewaard hebt kunnen nu naar buiten.
Zet de pot tot aan de rand in de turf of kalkvrije aarde, geef flink water en bespuit hem met onthard water - bij voorkeur regenwater.
Tomaten hebben naarmate ze groter worden meer water nodig.
Haal de zijscheuten regelmatig weg en besproei de planten dagelijks met water.
Kaskomkommers moeten gesnoeid worden als ze 1.20 mtr hoog zijn of als ze boven het ijzerdraad uit groeien.
Verwijder de bloemen van de hoofdstengels en alle mannelijke bloemen (dat zijn de nietvruchtdragende bloemen).
Als de komkommers te voorschijn komen, moeten ook alle scheuten tot het tweede blad vanaf de vrucht gesnoeid worden.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:49

HEGGEN

Bloeiende heggen zijn in juni op hun mooist.
Jasmijn-, berberis-, vuurdoorn-, rhododendron- en rozenhagen leveren een kleurige bijdrage aan de tuin.
Rozenhagen worden de laatste tijd steeds vaker toegepast en u moet er in de komende zes weken zeker een paar gaan bekijken.
Veel rozestruiken zijn prima haagplanten.
Floribunda s zijn er door hun groeikracht en sterkte bij uitstek geschikt voor.
Tot de beste vormen behoren de dieprode Frensham met halfgevulde bloemen, de Queen Elizabeth met een uitbundige hoeveelheid roze rozen die enigszins op theehybriden lijken en Masquerade met grote roze gele of rode bloemtrossen.
De hybriden van de Rosa rubiginosa, de egelantier, zijn met hun geurig gebladerte en hun rijke bloei al jaren heel geliefde haagstruiken.
Hoewel ze veel korter bloeien dan de floribunda s maken ze dat goed met hun overdaad van bloemen.
De hybriden vormen een duidelijke verbetering op de egelantier zelf.
Er zijn verschillende vormen o.m.: ' Amy Robsart met roze-rode bloemen, de vuurrode Anne of Geierstein en de helderrode Magnifica alle halfgevuld.
Lady Penzance heeft koperkleurige, enkele bloemen en is een van de opvallendste hybriden.
Veel ouderwetse parkrozen zijn ook heel geschikt als haag.
Door hun groeiwijze zijn ze ideaal voor een ietwat wildere haag.
Een schitterende soort is de Rosa xanthina die in juni bloeit en met zijn sierlijke gebogen bloeitakken beladen met enkele bloemen, geel van kleur en heerlijk geparfumeerd, een magnifieke haag vormt.
De Rosa centifolia (honderdbladige roos) en de variëteiten daarvan staan pas tegen het eind van de maand in bloei maar houden dit ook de hele maand juli vol.
De rozen zijn zachter van kleur dan die van de R. xanthina of de egelantier-hybriden.
De vormen 'Chapeau de Napoleon' en 'Fantin Latour' zijn heel zacht roze.
De Rosa rubrifolia heeft bietrode bladeren waar een grijzige dauw op ligt, zoals bij kasdruiven, en is daardoor vrij opvallend.
De kleine, roze roosjes stellen niet zoveel voor, maar de bladkleur is zo apart dat een haag van R. rubrifolia tocht heel bijzonder is.
En juist omdat de schoonheid door het blad gegeven wordt hebt u er de hele zomer en herfst plezier van.
'Zéphyrine Drouhin', de 'roos zonder doornen', is een oude vorm van de klimmende polyantha en heel geschikt om er een tuinmuur mee te laten begroeien.
'Mme Pierre Oger', een prachtige Bourbon-roos met schelproze bloemen, doet het ook erg goed tegen een muur.
Beide bloeien bijna de hele zomer en herfst door.
Qe 'Maiden's blush',een heel bekende variëteit van de Rosa alba, heeft grijsgroene bladeren die mooi contrasteren met de zacht-roze bloemen.
Rozenhagen behoeven slechts eens per jaar, in mei, licht gesnoeid te worden waarbij alleen het dode of zieke hout wordt weggehaald en de haag in vorm geknipt wordt.
Door van een rozenhaag te veel af te halen gaat het karakteristieke ervan verloren en neemt de - meestal - rijke bloei af.
Vanaf juni regelmatig bespuiten tegen schimmelziekten, meeldauw en bladluis is noodzakelijk.
U kunt er verschillende bestrijdingsmiddelen voor gebruiken.
Sommige tuiniers combineren twee of drie middelen zodat de rozen in een keer tegen alle mogelijke ziekten en insekten beschermd zijn, anderen doen dat liever niet.
Laat u hierover adviseren.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:50

VASTE GEWASSEN

De tulpen die in mei gebloeid hebben, moeten zodra de bloemen gaan verwelken verwijderd worden om plaats te maken voor andere borderplanten.
Als de bollen niet gerooid worden, behoren de rottende bladeren bloemen weggesneden te worden, want aangetaste tulpen kunnen de grond besmetten.
Als de grond vrij is, moet er mest gestrooid worden voor u er nieuwe planten in zet.
Zinnia' s, asters, petunia's, dahlia's, afrikaantje cosmos-hybriden, penstemons (slangekoppen), knolbegonia's en eenjarige begonia ageratums (leverbalsem), nemesia's, lobe a's, violieren, salie, heliotropen en nicotia (siertabak) zijn slechts enkele soorten die nog geplant kunnen worden.
Violieren, siertabak en heliotroop ruiken heerlijk en moeten vooraan in de border geplant worden, maar niet te dicht op elkaar want de afzonderlijke geuren moeten herkenbaar blijven.
Tagetes (afrikaantjes) en lobelia's kunrn ook beter voorin gezet worden. Met hun ruige groei en heldere bloemen zijn ze heel geschikt, als randbegroeiing.
Bladplanten die nu in de border gezet kunnen worden zijn o.m. de wonderboom (ricinus 60 tot 120 cm) met zijn grote, decoratie paarse, groene of bronskleurige bladeren, Cineraria maritima met prachtige zilverkleurige bladeren (22 tot 30 cm) en de Senec cineraria die wittige, facetachtig ingesneden bladeren heeft.
Tuingeraniums worden zelden in de border toegepast, maar toch staat een enkele geranium heel aardig tussen de vaste planten en zorgt tot diep in de herfst voor een kleurige oets.
Tuinfuchsia' s in de border kunnen ook een decoratief resultaat laten zien, vooral omdat de mooie bloemen meestal een eind boven de andere planten uitsteken.
Tot juni moeten de fuchsia's onder glas blijven, daarna kunnen ze met pot en al in de grond gezet worden, ze zijn er in de herfst dan ook weer makkelijk uit te halen als ze vorstvrij moeten staan.
De meeste vaste planten kunnen worden verneerderd door buiten in te zaaien.
Erg kleine zaadjes kunnen beter in de koude bak gezaaid vorden.
Zaaien is verreweg de goedkoopste nanier om de border van nieuwe planten te voorzien.
Maak de grond in het zaaibed goed los, hark de bovenlaag aan en strooi het zaad uit in rijen (15 tot 20 cm uit elkaar).
Merk iedere rij met een plastic plaatje waarop de naam en de hoogte van de plant is aangegeven want in het begin zijn ze moeilijk van elkaar te ondercheiden.
Bekende vaste planten die op deze wijze vermeerderd kunnen worden zijn voorjaarsmarrieten (Doronicum orientale, 45 tot 60 cm ioog), akeleien (aquilegia, 45 cm), ossetongen (anchusa, 120 cm) en de Campanula pyramidalis (90 tot 120 cm) en de Campanula persicifolia (60 cm), tuinanjers (60 cm), grootbloemige margrieten (Chrysanthemum
maximum, reuzenhybriden 110 cm en kleinere variëteiten van 45 tot 75 cm), riddersporen (delphinium, 75 tot 90 en 120 tot 150 cm), nagelkruid (deum, 60 cm) en heuchera-hybriden (45 cm).
Andere soorten zijn: papavers, roze, vuurrood en bloedrood van kleur (75 cm), de vlammend rode Lynchnis chalcedonica, ook wel brandende liefde genoemd (90 cm), lupine (de kleine 60 tot 75 cm, de grote 90 tot 120 cm), luizenbloemen of meisjesogen (coreopsis, 45 tot 110 cm), stokrozen (150 tot 180 cm) en herfstasters (75 tot 90 cm).
Niet alle vaste planten ontkiemen even snel.
Akeleizaad doet er soms wel een half jaar over.
Als u eerder in het jaar riddersporen gestekt hebt moet u de eerste bloei-aar verwijderen voor u ze rond half juni buiten plant.
Ga tot eind juni door met het bemesten van volgroeide planten met vloeibare mest.
Verwelkte bloemen moet u meteen weghalen.
Winterharde eenjarige planten moeten deze maand worden uitgedund anders is de kans groot dat ze kiemschimmel krijgen.
Geef iedere plant genoeg ruimte om zich te ontwikkelen; een onderlinge afstand van 15 tot 22 cm is voor clarkia's en zomerazalea's niet te groot.
Andere eenjarige planten zoals violieren en vlas (linum) kunnen 5 cm uit elkaar gezet worden.
Clarkia- en godetiazaailingen zijn meestal nogal lang en sprietig en het is daarom raadzaam om de groeitop uit de hoofdstengels te halen opdat er zijscheuten aan komen.
Lelies hebben gedurende de groeiperiode veel water nodig.
Giet het water op de aarde, niet op de planten, en zorg dat de bovenlaag (tot een diepte van vijftien centimeter) vochtig is.
Een dek van bladaarde of vochtig tuinturf helpt tegen het verdampen.
Nagenoeg alle lelie-variëteiten vinden het prettig als ze ongestoord kunnen wortelen.
Dit kunt u bereiken door er eenjarige of vaste dwergplantjes met hele korte wortels bij te zetten.
Lange lelies met zware bloemhoofdjes moeten opgebonden worden als ze niet beschut staan; maak iedere stengel met een touwtje losjes aan een bloemstok vast.
Bespuit ze om de tien dagen met insekticide om ze tegen ongedierte te beschermen.
Laat anjers niet los heen en weer zwiepen maar maak de stengels met ijzeren ringetjes (in de handel verkrijgbaar) vast aan bloem- stokken van ongeveer 60 cm hoog.
Anjers hebben baat bij een bemesting met roet die drie of vier maanden afgedekt bewaard is.
Gebruik 150 gram per vierkante meter.
Vroegbloeiende chrysanten kunnen nog steeds geplant worden, 35 tot 45 cm uit elkaar.
Chrysanten mag u nooit laten verdrogen, dit veroorzaakt een verharding van de stengel en vertraagt de groei.
De planten kunnen gesnoeid worden door de top van de hoofdstengel vlak na het uitplanten te verwijderen.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:51

KAMERPLANTEN

Nu de kans op vorst definitief voorbij is ende voorjaarswind van zijn kracht verloren heeft, is het tijd om aan de zomervakantie van de kamerplanten te denken.
Veel planten staan graag een tijd buiten om van de zon te profiteren, van het vochtigheidsgehalte in de lucht en de verfrissende zomerbuitjes.
Dit geldt niet voor alle planten: kwetsbare soorten of plantjes met donzige bladeren zoals het Kaaps viooltje moet u beslist niet in de tuin zetten.
Zoek een geschikte plaats uit in de tuin, bescherm de kamerplanten tegen harde wind en laat ze niet te lang in de volle zon staan.
Alleen cactussen en vetplanten kunnen de hele dag zon verdragen.
De meeste planten kunnen het best op het noorden gezet worden of in de schaduw van een boom of struik waar ze alleen zon krijgen als deze op zijn laagst staat.
Omdat de potaarde buiten veel sneller uitdroogt dan binnen hebben de planten meer water nodig.
Als de mogelijkheid daartoe bestaat moet u zeker een druppelinstallatie aansluiten die voor een constante vochttoevoer zorgt.
Ook kunt u uzelf veel moeite besparen door de potten tot aan de rand in bakken met vochtig turf, zand of grind te zetten.
Veel kamerplanten kunnen heel goed op het terras of de patio staan.
Het effect is niet alleen bijzonder decoratief maar het zal ook voor een sfeer van gezelligheid zorgen wat heel belangrijk is in zo'n 'stenen' tuin.
Als het niet al te lastig is om de heel grote kamerplanten die in huis een vaste plek hebben naar buiten te verhuizen, moet u dat zeker niet nalaten.
Maar houd er wel rekening mee dat ze door hun grootte erg windgevoelig zijn.
Ze zijn waarschijnlijk al opgebonden, zodat het een eenvoudige handeling is als u plantestokken met een ijzerdraadje aan een boom of schutting vast zet.
Probeert u eens het effect uit als u kamerplanten buiten op boven elkaar bevestigde planken of in op elkaar gestapelde open boxen opstelt.
Zo wint u ruimte op de grond en krijgt u een levende, groene wand. Bovendien komen uw met zoveel liefde verzorgde planten op deze manier veel beter uit dan wanneer ze verspreid staan.
Kleine kamerplantjes kunnen ook langs het tuinpad geplaatst worden, vooral als het pad oost-westelijke richting loopt zodat ze in de schaduw van de grote planten komen te staan.
Een andere manier om ze ruimtebesparend onder te brengen is om ze met touw of ijzerdraad aan haakjes in de muur op te hangen.
Diverse bloeiende kamerplanten die in de regel binnen staan zoals geraniums en begonia's kunnen zonder probleem met pot en al in de bloemborder gezet worden.
Ze hebben daar minder water nodig.
Cactussen en vetplanten zullen het in de tuin ook goed doen, maar u moet ze wel strak opstellen.
Zet ze op grote schotels of in kommen.
Deze planten kunnen de volle zon verdragen en omdat ze erg ondiep wortelen kunnen ze zonder bezwaar uit de pot geklopt en in de grond gebed worden.
Het is wat meer werk maar het resultaat loont de moeite.
Soms kan achter een klim- of kruipplant plastic gaas of een klimraam aangebracht worden om er de uitlopers langs te geleiden.
U krijgt daardoor een soort tuinscherm.
Als de planten te veel in de zon staan moet u eraan denken ze een of twee keer per dag te besproeien en ze daarnaast natuurlijk hun normale portie water te geven.
Veel kamerplanten kunnen nu veilig in de tuin of in de patio gezet worden.
Zoek er wel een beschutte plaats voor uit en denk eraan dat ze buiten sneller uitdrogen en daarom meer water nodig hebben.
Kwetsbare planten of planten met donzige bladeren moet u binnen laten staan.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:53

GAZONS

In juni, juli en augustus is grasmaaien een karwei dat tweemaal per week moet gebeuren.
Hoe snel het gras groeit hangt sterk af van de weersomstandigheden.
Bij uw maaiplannen dient u daar dus rekening mee te houden.
Het is in deze tijd van het jaar raadzaam om het gras niet hoger dan tweemaal de maailengte te laten worden.
Dit betekent dat een eersteklas gazon, samengesteld uit de fijnste grassoorten, niet hoger dan 2,5 cm mag zijn wanneer u het tot 1 â 1,2 cm terugmaait.
Het doorsnee gazon dat meestal niet korter dan 1,5 â 2,5 cm is, moet gemaaid worden voor het gras 2,5 â 5 cm hoog staat.
Een gazon van raaigras moet als het 5 â 6 cm hoog staat, teruggemaaid worden tot 2,5 â 3 cm.
Gedurende droge weken gaan deze regels niet op, tenminste niet voor gazons die niet goed nat gehouden (kunnen) worden.
Het is dan beter om de maaimachine op een hogere stand in te stellen opdat het gazon niet te kort wordt gemaaid.
Daardoor zou immers gras zijn groeikracht verliezen en dunne plekken krijgen waar onmiddellijk mos en onkruid zouden groeien.
Hoewel u er geen gewoonte van moet maken kunt u het maaisel tijdens aanhoudende droogte een enkele keer wel op het gras laten liggen als dek.
Het is erg belangrijk dat de maaimachine goed onderhouden wordt.
De snijvlakken moeten regelmatig bijgeslepen worden. Als ze te bot zijn krijgt u een lelijk gemaaid gras waar bovendien het meeste onkruid nog achtergebleven.
Door het gazon in juni een of twee keer aan te harken voor u gaat maaien kunt u kruipend onkruid zoals klaver (trifolium) en de kruipende boterbloem (Ranunculus repens) tegengaan.
Door het harken worden de kruipende stengels uit de grond getrokken waardoor de maaimachine ze makkelijk neemt.
Grootbladig onkruid dat het vorige maand toegepaste onkruidbestrijdingsmiddel overleefd, moet opnieuw behandeld worden.
Als er maar een paar onkruidplekken in het gazon zijn, kunt u die het best afzonderlijk behandelen met een onkruiddodend middel, een eenvoudige goedkope en zeer doeltreffende methode.
Lees van tevoren de gebruiksaanwijzing goed door.
Er zijn speciale apparaatjes in de handel die het aanbrengen vergemakkelijken.
Is het onkruid daarentegen een probleem waar het hele gazon mee te kampen heeft, dan is het een snellere methode als u het bestrijdingsmiddel met een sproeier of een gieter met fijne straalverdeler of sproeikop op het grasveld neerzet.
Wees voorzichtig opdat er niets op de aan het grasveld grenzende planten terecht komt, en was de gieter na gebruik uit.
Om de beste resultaten te krijgen moet u het gazon twee of drie dagen na de laatste maaibeurt behandelen en daarna weer twee tot drie dagen wachten voor de volgende laaibeurt.
De meeste gazons kunnen deze maand een laagje korrelmest goed gebruiken.
Het gras groeit nu erg hard en wordt regelmatig gemaaid waardoor de voedingsstoffen in de bodem snel uitgeput raken.
Er zijn diverse soorten gazonkorrels verkrijgbaar die met de hand of met een verdeler uitgestrooid kunnen worden.
U kunt ook vloeibare mest gebruiken en deze met behulp van de bevloeiingsinstallatie over het gazon verdelen.
Als onkruidbestrijding deel uitmaakt van het gazon-onderhoud deze maand, is het raadzaam om het gazon tien dagen voor het bestrijdingsmiddel wordt aangebracht, te bemesten.
Het onkruid neemt de dodelijke hormonen in het bestrijdingsmiddel daardoor makkelijker op.
Sommige onkruidsoorten staan bekend om hun hardnekkigheid en hun weerstand tegen alle mogelijke middeltjes.
Sagina procurnbens (liggende vetmuur), trifoliumsoorten (klaver), Bellis perennis (het tuinmadeliefje), mos, korstmos en algen (slijmerige zwarte plekken) zijn enkele voorbeelden.
Als u prijs stelt op een glad, onkruidvrij gazon moet u hem daarom regelmatig behandelen.
Juni is een goede tijd om daarmee te beginnen.
De chemische bestrijdingsmiddelen met ijzersulfaat zijn het meest geschikt.
Deze moeten op vochtige grond verspreid worden, dus na een regenbui of na een sproeibeurt, en als het twee dagen later nog niet geregend heeft moet u het gras opnieuw besproeien.
Dood onkruid moet na drie weken opgeharkt worden.
In de komende maanden moet u de behandeling eens per maand herhalen tot het onkruid de strijd heeft opgegeven.
Door het gazon echter goed te onderhouden kunt u dit allemaal voor een groot deel voorkomen.
Als het afgemaaide gras tijdens het maaien wordt opgevangen wordt de verspreiding van onkruidzaden en -sporen tegengegaan.
Mos, korstmos en algen wijzen erop dat het gazon in een slechte conditie verkeert.
Dat kan veroorzaakt zijn door een onvoldoende afwatering te vaak en te kort maaien, te weinig mest, te veel schaduw, regendruppels
die van de bomen op het gazon vallen, een te dichte structuur waardoor er geen lucht doordringt of door te vaak rollen.
Als u onkruid effectief wilt bestrijden moet u het gazon dus ook beter verzorgen.
Klaver is een indicatie van een stikstof- en vochttekort tijdens langdurige droogte, en de liggende vetmuur treedt op als het gazon door te kort maaien dunne plekken krijgt.
Wanneer het onkruid teruggedrongen is moet het gazon aangeharkt worden en, waar nodig, opnieuw ingezaaid of voorzien van nieuwe graszoden om te voorkomen dat opnieuw onkruid te voorschijn komt.
Voor de perfectionist is de groei van grof gras in een egaal gazon een doorn in het oog.
Er bestaan echter geen bestrijdingsmiddelen voor.
Het enige wat u kunt doen is het ongewenste gras er met een onkruidsteker uit halen, de gaten met aarde bijvullen en opnieuw inzaaien.
Nieuwe gazons die in de lente gezaaid of gelegd zijn moeten nog steeds met zorg behandeld worden.
Eventueel onkruid moet eruit getrokken worden, als het droog is moet er gesproeid worden en bij het maaien moet u opletten dat de maaimachine juist ingesteld is zodat er niet te veel of te weinig afgaat.
Hoe moeilijk het ook lijkt, als u prijs stelt op een echt mooi gazon, moet u het de eerste zomer met rust laten en er geen tuinmeubelen op zetten of de kinderen er laten spelen.
Volgen jaar zal het gazon waarschijnlijk wat meer kunnen verdragen.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:54

PADEN, MUREN & AFSCHEIDINGEN

Een tuinpad moet functioneel zijn, evenals een weg en in een zo recht mogelijke lijn van het ene punt naar het andere lopen.
Het moet minimaal 60 cm breed zijn en als de ruimte het toelaat is het zelfs beter om het 1,20 tot 1,50 m breed te maken zodat twee mensen er naast elkaar elkaar kunnen lopen en er makkelijk een volgeladen kruiwagen met gesnoeide takken over voortgeduwd kan worden zonder dat u daarbij voorzichtig tussen allerlei obstakels door moet laveren.
In een nieuwe tuin merkt u al na een paar weken dat u steeds dezelfde lijn volgt als u van de ene hoek naar de andere hoek van de tuin loopt, dat is een door de natuur aangewezen pad.
Het is daarom verstandig om geen paden aan te leggen voor u deze natuurlijke lijnen gevonden hebt.
Het is logisch dat sommige paden om een boom of een bloembed heenlopen, maar leg geen slingerpad aan alleen omdat dit zo aardig staat want het gevolg daarvan is dat u, als u iets zwaars draagt of als binnen de telefoon gaat, de kortste weg neemt en dwars door de tuin loopt.
Niet elk plaveisel is een pad.
Vijvers en waterpartijen moeten ook omrand worden zodat u er makkelijk bij kunt.
U voorkomt er ook mee dat de oevers afbrokkelen of dat er puin in het water valt.
Bovendien komt de vijver beter tot zijn recht.
Alleen als er sprake is van een heel groot wateroppervlak misstaat een stenen rand, maar dan zou u het gedeelte waar u vaak zit eventueel kunnen plaveien.
Een boom die in het gazon geplant wordt mag de eerste jaren niet middenin het gras staan.
Dat heeft als consequentie dat u de rand van de grascirkel er omheen steeds netjes bij moet knippen wat een vervelend karwei is.
Daarbij vergeleken is het veel eenvoudiger om in een paar uur een stenen rand rond de boom te van gras door er een rand van stenen omheen leggen waardoor u voorgoed van het bijknippen verlost bent.
Daarnaast is het verwijderen van onkruid en het toedienen van mest ook makkelijker geworden.
En weer gaat de regel op dat de boom die anders misschien wat verloren tussen het gras zou staan, ineens een blikvanger geworden is.
Bloemborders en bloembedden kunnen ook 'opgehaald' worden door er een smal pad of wat stenen langs te leggen.
De randen worden er strakker door en u staat tenminste stevig als u de bloemen verzorgt en onkruid verwijdert.
Een dergelijk pad hoeft niet breder dan 20 cm te zijn mits het maar stevig ligt en de stenen niet wiebelen als u erop gaat staan.
Als het om erg brede bloembedden gaat waarvan het midden vanaf de kant moeilijk te bereiken is, kunt u het pad er gedeeltelijk in leiden; een of twee stenen of tegels bieden voldoende houvast voor het wieden en schoffelen.
Een pad van losse stenen in het gras kan erg aardig staan, maar het is geen alternatief voor een echt tuinpad want het gras rond de stenen is niet berekend op een constant heen-en-weer geloop.
Losse stenen kunnen heel effectief toegepast worden om de aandacht ergens op te vestigen, bijvoorbeeld een mooi rozenbed.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:56

PATIO'S, BALKONS, DAKTUINEN & BLOEMBAKKEN

Vanaf begin juni tot diep in de herfst kunnen dagen warm zijn en zijn de avonden lang.
Dit is de tijd waarin we van het buitenleven hen genieten, waarin de patio, de daktuin of het balkon intensief gebruikt worden en waarin de bloembakken voor het raam de hele gevel opfleuren.
Dit is de periode waarin de tuin en de 'buitenkamers' het kleurrijkst (kunnen) zijn.
In de patio kunt u het 'decor' per dag wijzigen.
Misschien een goed idee voor een patiofeest of als speciale gasten een weekeinde komen logeren.
Op de bloemenmarkt, bij bloemenstalletjes in alle tuincentra zijn potten en bakken met bloeiende planten te koop die zonder voorzorgen buiten neergezet of ingeplant kunnen worden, waardoor een wat kale patio in een mum van tijd opgevrolijkt wordt.
Net zoals in de open tuin kunt u de bloeiende planten beter per kleur bij elkaar zetten zodat u hier een roze wolk krijgt daar een paarse enzovoort, dan ze als confetti over alle hoeken te verspreiden.
Eenjarige planten zijn vaak goedkoop en zorgen voor onmiddellijke kleur. Hieronder volgt per kleurgroep een korte opsomming van laagblijvende eenjarige planten die zowel geschikt zijn voor de bloembak als voor de patio, het balkon of de daktuin.
Sommige planten zijn leverbaar in verschillende kleuren, deze zult u daarom een paar keer tegenkomen.
Wit: alyssum (schildzaad), begonia, scheefbloem, Celosia nana (dwerghanekam), dianthus (anjer), echium (slangekruid), eschscholzia (slaapmutsje), vergeet-mij-niet, galia, linaria (vlasleeuwebek), lobelia, reseda, nemesia, nemophila (baby-oogjes of bosliefje), viooltje, petunia, Phlox drummondii (phlox), polyanthus, portulaca (portulak), violier, verbena.
Geel: Celosia nana, eschscholzia, gazania, leptosiphon, limnanthes, nasturtium, nemesia, viooltje, polyanthus, Tagetes signata (afrikaantje), muurbloem.
Rood: anagallis, begonia, Dianthus sinensis, eschscholzia, leptosiphon, reseda, nasturtium, nemesia, petunia, Phloc drummondii, polyanthus, portulaca, Silene pendula (hangsilene), violier, verbena, muurbloem.
Blauw: anagallis, anchusa, echium, vergeet-mij-niet, lobelia, nemesia, nemophila, viooltje, petunia, phacelia, polyanthus, violier, verbena, viscaria.
Kies planten die al wel kleur laten zien maar waar toch ook nog veel knoppen aanzitten en kijk goed of ze niet aangetast zijn en of de grond vochtig is.
Eenmaal thuis moet u ze koel en vochtig zetten tot ze geplant kunnen worden.
Zorg ervoor dat de bakken waar ze in komen te staan gevuld zijn met potcompost of dergelijke, geef de plantjes direct voor u ze plant nog wat water en til ieder plantje dan voorzichtig met een flinke kluit uit de pot of uit het kistje.
Gebruik een planteschopje, spreid de wortels uit en druk de aarde goed aan.
Geef ze dan opnieuw water, zoveel dat het onderuit de afvoergaten loopt.
Laat de ingeplante bakken dan nog twee dagen in de schaduw staan voor u ze op hun definitieve plaats zet.
Als de planten op gang komen en gaan groeien, moet u ze elke dag op mogelijke ziekten nakijken.
Geef ze regelmatig water en haal uitgebloeide bloemen meteen weg zodat nieuwe bloemen de kans krijgen zich te ontwikkelen.
Een afstervende plant moet onmiddellijk verwijderd worden.
In de eerste plaats bestaat de kans dat een infectie zich uitbreidt en in de tweede plaats is het een lelijk gezicht.
Behalve eenjarige zijn er ook veel kruidachtige (vaste) planten die in de patio kunnen groeien, maar ze doen het alleen in heel grote hakken.
Staan ze te krap dan krijgt u nooit hetzelfde resultaat als in de tuin.
Bomen en heesters genieten daarom de voorkeur boven kruidachtige planten voor min of meer permanente groenvoorziening.
Veel bomen en heesters hebben langzaam groeiende of kleinblijvende variëteiten, maar ook de normale soorten houden het jaren uit in een bak.
Over het algemeen is het verstandig om alleen groenblijvende soorten te kiezen en geen bladverliezende want het is niet plezierig als u de hele winter tegen een patio vol kale bomen in prachtige bakken aan moet kijken.
Coniferen lenen zich uitstekend voor de patio of daktuin.
Er bestaan kleinblijvende en dwergconiferen en bijna allemaal maken ze door hun groeiwijze - bolvormig, zuilvormig, kegelvormig en treurvormig - een kunstmatige indruk wat goed bij het kunstmatige karakter van de patio of daktuin aansluit.
Ze zijn niet erg windgevoelig, een euvel waar zoveel andere planten aan lijden, maar juist doordat ze recht overeind blijven staan worden ze al snel topzwaar als ze in een kleine bak staan.
Zoek daarom voor de coniferen, en alle planten van enige omvang, ruime bakken uit zodat ze niet om kunnen waaien.
Een dikke laag kiezels in de bodem van de bak verhoogt de stabiliteit en bevordert een goede afwatering.
Omdat de groenblijvende coniferen het hele jaar door hun bladeren verliezen, is ziekte of droogte moeilijk te constateren.
Daarom is het belangrijk om de jonge coniferen regelmatig water te geven en ze te besproeien als het warm, zonnig weer is.
De grond waar ze in staan kan heel goed een extraportie turf hebben: het vocht wordt er beter door vastgehouden en bovendien staan de meeste coniferen graag in ietwat zure grond.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:57

ROTSTUINEN

Deze maand is het zaad dat u in april gezaaid hebt ontkiemd en kunnen de zaailingen verpot worden.
Zet ze niet te dicht op elkaar in de zaaipan en verspeen ze zodra het eerste blaadje tevoorschijn komt.
Voor de makkelijke groeiers kunt u potcompost gebruiken.
Ideaal voor het verspenen zijn de minipotjes die voor cactuszaailingen bedoeld zijn.
Tegen de tijd dat de potjes vol met wortels staan - omstreeks augustus - zijn de plantjes zover dat ze naar de rotstuin kunnen waar ze tegen het begin van de winter geacclimatiseerd zijn.
U kunt de zaailingen beter niet direct vanuit de zaaipan buiten planten.
Vanaf deze maand tot achter in de herfst kunnen de zeldzame rotsplantjes gezaaid worden.
Deze hebben verfijnde compost nodig, maar u kunt volstaan met twee soorten.
Zonminnende rotsplantjes moeten gezaaid worden in een mengsel van gelijke delen bladaarde en vezelig leem en twee delen grof zand.
Plantjes die liever in de schaduw staan, met inbegrip van dwergrhododendrons en anlere heideachtige soorten (ericaceae), worden gezaaid in een los sponzig mengsel van gelijke delen bladaarde, turf en grof zand.
Vaak verloopt de ontkieming met horten en stoten en het kan soms wel twee jaar duren voor de zaailingen te voorschijn komen, wanhoop daarom niet te vroeg. Twee tips die van pas kunnen komen.
Sommige soorten primula-zaad kunnen het best 'groen' gezaaid worlen - ze mogen dus niet rijpen.
En: zaailingen van vrij zeldzame bolgewassen moeten een heel jaar in de zaaipan blijven voor ze overgeplant kunnen worden.
De rotstuin moet in juni wekelijks geïnspecteerd worden.
Haal zoveel mogelijk de dode bloemen uit de dwergrhododendrons.
Toestaan dat ze zaad gaan produceren, betekent dat er geen bloemknoppen voor volgend jaar evormd worden.
Alle kruipende planten zo als de verschillende
AfbeeldingPhlox subulata-hybriden (borstelphlox),
Afbeeldingde aethionema-soorten
Afbeeldingen edraianthus
moeten na de bloei flink teruggesnoeid worden, opdat ze hun vorm behouden.
Door het snoeien bereikt u in veel gevallen bovendien dat ze aan het eind van de zomer nog een keer gaan bloeien.

AfbeeldingDe edelweiss, Leontopodium alpinum, die deze maand bloeit wordt over het algemeen als een 'moeilijke' rotsplant beschouwd.
Veel tuiniers kunnen eenvoudig niet geloven dat edelweiss zomaar uit een zakje zaad van en paar kwartjes op te kweken is, want eigenlijk heeft deze plant niet zoveel zorg nodig.
Zolang u hem in goed gedraineerde, kalkhoudende grond zet - met de nadruk op goed gedraineerd -' voelt hij zich al snel thuis en geeft een rijke bloei.

De campanula's (klokjes) met hun vele tinten blauw en de roze gekleurde planten zijn in juni bepalend voor het kleurschema in de rotstuin.
Van de vele campanula-soorten die er zijn, zijn de hieronder genoemde representatief voor het geslacht en bijzonder geschikt voor de rotstuin.
Het zijn allemaal makkelijke groeiers die niet meer eisen dan een zonnige standplaats met een goede afwatering.
De Campanula carpatica (karpatenklokje) en de variëteiten daarvan bloeien van juni tot sepmber;
Afbeelding de C. garganica heeft donkerblauwe stervormige bloemen en de twee variëteiten
Afbeelding `Fenestrellata'
Afbeelding en 'W.H. Paine' hebben grappige lila en paarse sterbloemen met een wit oog;
Afbeeldingde C. hirsuta alba heeft korte stengels en is witbloeiend;
Afbeelding 'Little marvel' is een hybride met paarse stervormige klokjes op slanke stengels;
Afbeelding 'Pseudo Raineri' is een mooie, grote variëteit met zachtpaarse schotelvormige bloemen;
en dan zijn er nog de vele variëteiten van de
Afbeelding C. pusilla, alle met sierlijke, knikkende belvormige bloempjes in de kleuren wit tot blauw.
De pusilla-variëteiten bloeien het mooist in de halfschaduw.
De volgende uitgelezen soorten behoren, als ze tussen losse stenen op een helling geplant worden, tot de overblijvende campanula's:
Afbeelding C. abietina (Griekenland) met violetkleurige, trechtervormige bloemen;
Afbeelding C. alionii (Europese Alpen) met enorme paarse klokken - er zijn van deze soort diverse variëteiten die in kleur uiteenlopen van wit tot rood;
Afbeelding C. arvatica (Spanje) sierlijke blaadjes en grote violetkleurige, stervormige bloemen;
Afbeelding C. excisa (Italië) met een grasachtig blad en knikkende, zachtblauwe klokjes waarin een perforatie aan de onderkant van de bloemblaadjes;
Afbeelding C. raineri (Italië) met porseleinblauwe, omhooggerichte bloemen;
Afbeelding C. saxifraga (Kaukasus) met gekuifde rozetten en paarsblauwe bloemen.

Er bestaan veel dwerganjers (dianthus), zowel soorten als hybriden.
Sommige groeien erg makkelijk, andere maken het zelfs de kenner moeilijk om ze lang in leven te houden.
De volgende dianthus-hybriden zijn alle betrouwbaar en goed:
Afbeelding 'Bombardier' met karmozijnrode, dubbele bloemen;
'Cavalier' met gefranjerde roze bloemen waarin een chocoladebruine streep; (geen foto beschikbaar)
Afbeelding 'Grenadier' met grijze bladeren en paarsbruine, dubbele bloemen;
'Icombe', enkel, felroze; (geen foto beschikbaar)
Afbeelding 'Little Jock', dubbele, roze bloemen met een diep oog;
Afbeelding 'Mars' - nog steeds één van de beste - met vuurrode, geurige bloemen;
Afbeelding 'Pauline', zalmroze, halfgevuld en de roze 'Bourbrille'.
Van de soorten zijn de volgende erg betrouwbaar:
Afbeelding Dianthus alpinus (Europa), rozerood;
Afbeelding D. caesius (Europa), geurig, gefranjerd en rozerood;
Afbeelding D. glacialis (Zuid-Europa), een juweel van een bloem, dieproze van kleur en met korte stelen;
Afbeelding D. microlepis (de Balkan), kleine blaadjes, helderroze bloemen;
Afbeelding en D. simulans (Bulgarije) met blauwgroene blaadjes en dieproze bloemen, nagenoeg zonder steel.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 20:00

ROZEN

Het weghalen van de ongewenste knoppen is een heel karwei, maar noodzakelijk als u mooie rozen wilt kweken.
In tegenstelling tot de gangbare opvatting zijn het niet alleen de theehybriden die uitgedund moeten worden.
Het weghalen van de hoofdknop uit een tros of floribundarozen of uit heesterrozen bevordert de ontwikkeling van de overblijvende knoppen waardoor er meer rozen tegelijk bloeien zonder dat ze elkaar in de weg zitten.
Deze maand gebeurt het waarschijnlijk vaak dat de zachte zijscheuten gaan uitgroeien voor de eindknop open is.
Deze zijscheuten moeten helemaal in het beginstadium verwijderd worden, anders nemen ze het sap op dat bedoeld is voor de bloemknop waardoor deze zich niet ten volle kan ontwikkelen.
Het is ook veel minder werk om de zijscheuten nu af te breken dan om ze door te laten groeien en ze later te moeten snoeien wanneer de rozestruik te dicht is geworden.
De tuinbezitter die met zijn rozen mee wil dingen naar een of andere prijs zal ze deze maand extra moeten bemesten.
Er zijn diverse gecombineerde kunstmestpreparaten in de handel die, als de gebruiksaanwijzing nauwkeurig opgevolgd wordt, uitstekend voldoen.
Als u een zelf toebereide, vloeibare mest prefereert, kunt u een zak dierlijke mest een paar dagen in een watervat hangen waarna u het 'mestwater' rond de rozen giet.
Zo nodig moet de oplossing verdund worden tot deze licht strokleurig is.
Het is veel beter om twee keer met verdunde vloeibare mest te begieten dan een keer met een sterke oplossing, die meestal meer kwaads dan goeds uitricht.
De grond moet vochtig zijn als u vloeibare mest aanbrengt, dus als het erg droog is moet u van tevoren water geven.
Als u anorganische meststoffen wilt gebruiken wordt kalisalpeter - 30 gram op vijf liter onthard water - aanbevolen.
Deze hoeveelheid is genoeg voor twee volgroeide rozenstruiken.
Roetwater kan getrokken worden door een zak roet in een watervat te hangen, maar omdat dit een hoog stikstofgehalte heeft mag het niet te vaak gebruikt worden, omdat de struik daardoor verslapt en zijn weerstand tegen ziekten verliest.
Meeldauw is een rozenziekte die in bijna alle tuinen voorkomt en u moet de struiken bespuiten zodra de eerste poederachtige witte of grijze schimmelplekken op de bladeren zichtbaar worden.
Meeldauw kan zich onder 'gunstige omstandigheden' razendsnel verspreiden.
Preventief bespuiten lost dat niet op.
Het enige wat helpt is grondig bespuiten van zowel de bovenkant als de onderkant van het blad bij het eerste teken van de infectie.
Veel rozenkwekers gebruiken eupareen, maar dit middel voorkomt alleen de verspreiding en heeft geen genezende werking.
Iedere rozenkweker heeft zijn eigen voorkeur voor het ene of het andere middel; er zijn er zelfs die zweren bij een oplossing van dertig gram soda op vijf liter water met een beetje vloeibare zeep als uitvloeier.
Een ding is zeker, deze methode is veel goedkoper dan spuiten met handelspreparaten.
Droogstaande wortels schijnen de kans op meeldauw te vergroten.
Rozen die tegen muren of schuttingen geplant zijn moeten daarom tijdens droge dagen veel water hebben.
Woont u in een gebied met zuivere lucht waar veel sterroetdauw voorkomt, dan moet u aan het begin van de maand al een keer preventief spuiten en daarna zo nodig om de tien dagen.
Het merkwaardige van deze ziekte is dat tuinbezitters in industriegebieden of in de binnensteden zelden last hebben van rozen met sterroetdauw omdat schimmels niet gedijen in vervuilde lucht. In gebieden met schone, zuivere lucht ontwikkelen de schimmelsporen zich daarentegen heel snel als de rozen niet regelmatig bespoten worden.
De enige manier om sterroetdauw tegen te gaan is preventief bespuiten want als een blad eenmaal aangetast is, is er niets meer aan te doen.
Er zijn een paar zeer effectieve preparaten in poedervorm in de handel; laat u hier door uw tuincentrum of rozenkwekerij over voorlichten.
Omdat sterroetdauw het eerst verschijnt op de oudere bladeren helemaal onderaan de struik moet u deze ook het eerst behandelen en het schimmeldodend middel zowel op de onderkant als de bovenkant van de bladeren aanbrengen.
Blijf de rozen onderzoeken op ongedierte en let vooral op rupsen en kleine rozenbladwespen die in korte tijd veel schade kunnen aanrichten. Door ze er nu met de hand af te halen kunt u veel narigheid voorkomen.
Als u in het zuiden van het land woont heeft u aan het begin van de maand al een rijke rozenweelde want dan bloeien de struikvormige theehybriden.
Maar zelfs helemaal in het noorden zijn er rozen: de klimmende theehybriden die altijd een week of drie eerder uitkomen dan de struikvormige.
Als de bloemen verwelken moeten ze, met steel, vlak boven een blad afgesneden worden zodat de zijscheut-in-wording onder de bladoksel zich kan ontwikkelen om de afgesneden steel te vervangen.
Deze tweede zijscheut kan dan later in het seizoen nieuwe bloemen dragen.
De zaaddozen van klimrozen mag u beslist niet intact laten, dan zou er geen nieuwe bloei volgen.
Bij het verwijderen van uitgebloeide rozen kunt u beter de helft van de steel laten zitten.
Neemt u meer weg dan duurt het een hele tijd voor de volgende rozen uitkomen.
Het is evenmin goed om alleen de bloemhoofdjes eraf te halen - de struik zou dan te veel dunne zijscheuten krijgen.
Bij jonge rozenstruiken is het daarentegen beter om het eerste seizoen alleen de bloemsteel - en de bloem zelf natuurlijk - af te snijden, want in dit beginstadium is ieder blad belangrijk.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 20:01

BOMEN, HEESTERS & KLIMMERS

Juni is de maand om achterover geleund van de tuin te genieten.
Veel bloeiende bomen en heesters zijn nog altijd een genot voor het oog en als ze zijn uitgebloeid lopen er spoedig weer andere uit.
In het begin van de maand zijn de lange, gele kwasten van de gouden regen er nog en heeft de Crataegus monogyna, de eenstijlige meidoorn, nog scharlakenrode en witte bloesem. .
Vervolgens zal de Robinia hispida (de beeldschone, rozerode acacia-heester) gaan bloeien.
De blaadjes van deze vrij lage struik zijn even mooi als de bloemen: fijngesneden, gevind en teergroen.
Het hout van de R. hispida is erg broos en de takken breken dan ook makkelijk af.
Het is raadzaam om deze acacia-soort op een be;chutte plaats te planten en eventueel te ondersteunen.
In juni bloeit ook de Robinia pseudo-acacia, en boom die heel groot kan worden en eigenlijk geen echte acacia is, maar door iedereen nu eenmaal zo genoemd wordt.
Acacia's worden voornamelijk vanwege hun mooie blad gekozen.
Sommige soorten, zoals de R. pseudo inermis die iets van een ragebol weg heeft, bloeien hier zelden maar er zijn andere soorten die juist een overdadige, witte of roze bloei hebben.
Acacia's stellen geen zware eisen aan de grond waar ze in staan.
Ze kunnen overal groeien, en het zijn eigenlijk ideale bomen ioor stadstuinen.
Sommige zijn gewapend met scherpe doornen, andere zijn minder venijnig.
Eén van de geliefdste soorten is de Robinia pseudo decaisneana, een snelgroeiende boom met roze bloemen.
De R. p. frisia, een Friese(!) acacia-soort, staat bekend om zijn prachtige goudgele bladeren die de tuin tot in de herfst verfraaien.
Juni is de maand bij uitstek voor de Leguminosae, de familie-naam van de vlinderbloemige waartoe o.m. erwten, boontjes, lupine, veel bomen en heesters en ook de acacia's behoren.
Een van de mooiste familieleden is de wisteria of blauweregen die om zijn prachtige bloemtrossen en zijn samengestelde bladeren een bijzonder geliefde klimheester is.
De bekendste is de W. sinensis die heerlijk geurende bloemtrossen van wel dertig centimeter lang heeft.
Er is ook een witte variëteit en een variëteit met dubbele bloemen.
De opvallendste van alle wisteria's is de W. floribunda macrobotrys (syn. multitijuga).
De lila bloemsnoeren van deze soort kunnen dertig centimeter lang worden.
Jonge wisteria's hebben wat tijd nodig voor ze gaan bloeien.
De bloemknoppen gaan vaak niet voor eind juni-begin juli open.
Het besproeien van de kroon tijdens droge dagen bevordert het uitlopen.
De meeste andere jonge klimplanten komen nu goed op gang.
Het is belangrijk om iedere klimplant naar behoren op te binden.
De hoofdscheuten van heesters die niet op eigen kracht omhoog klimmen moeten aan klimdraad vastgemaakt worden tot ze sterk genoeg zijn.
In de breedte gespannen gegalvaniseerd ijzerdraad (ca. 22 cm boven elkaar) is hier heel geschikt voor.
Kleinere heesters kunnen hier en daar met een ijzerdraadje aan een spijker in de muur vastgezet worden.
Houten klimrekken - het mooist zijn die van eikehout - vormen een decoratieve achtergrond voor de sierlijke klimmers.
Weelderige klim- en slingerplanten zoals de clematis-soorten en de passiebloem, groeien het liefst tegen vierkante of rechthoekige stukken kippegaas die tegen de muur bevestigd zijn.
Vroegbloeiende clematis-soorten, zoals de C. montana, de C. macropetala, de C. alpina en de C. armandii, zijn nu toe aan hun jaarlijkse snoeibeurt.
Het wordt vaak aangeraden alle bloeitwijgen weg te nemen, maar bij de krachtige C. montana en de C. m. rubens zou dat zo'n omvangrijk karwei zijn dat u aan dat advies maar niet te zwaar moet tillen tenzij u een grote perfectionist bent.
Bij volgroeide planten zijn de wel en niet bloeiende twijgen zo in de knoop geraakt dat het bijna onmogelijk is om ze, zonder ze te beschadigen, uit elkaar te halen. Het zonder onderscheid terugsnoeien van de twijgen is het enige wat erop zit.
Hierdoor zullen genoeg nieuwe bloeitwijgen voor volgend jaar, groeien.
Er zijn nog meer heesters die deze maand om de snoeischaar vragen: de chaenomelis-soorten of sierkweeën, ook wel 'Japonica's' genoemd.
Deze heesters zijn vaker dan de meeste andere soorten van naam veranderd.
Ze zijn in de loop der tijd nu eens bij de peren dan weer bij de kweeën ingedeeld en hebben de namen 'Cydonia', 'Pyrus' en 'Lagenaria' gedragen.
Tegenwoordig staan ze bekend onder de geslachtsnaam chaenomelis.
Als de chaenomelis tegen een muur groeit moet hij op dezelfde manier gesnoeid worden als snoer- en leibomen.
Tegen het eind van de maand hoort de nieuwe groei tot de derde of vierde knop teruggesnoeid te worden.
Dit snoeien moet in juli herhaald worden want dan zijn er weer nieuwe zijscheuten bijgekomen.
Door de chaenomelis iedere zomer goed terug te snoeien houdt hij een rijke bloei.
De leiders van nieuwe struiken mogen doorgroeien tot er een goed 'geraamte' is ontstaan.

geert
Berichten in topic: 17

Re: De tuin in twaalf maanden (JUNI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 20:02

GROENTEN

De vroege groentesoorten van eigen bodem zijn nu plukrijp en de tweede oogst kan ingezaaid worden.
Door een goed teeltplan op te stellen - en uit te voeren - hebt u het hele seizoen door verse groenten.
Ook al lijkt het alsof de groentetuin helemaal vol staat, er is altijd ruimte vrij tussen of vlak naast de rijen die bijna geoogst kunnen worden of net ingezaaid zijn.
Struikvormige pompoenen en courgettes moeten bijvoorbeeld in brede rijen (90 tot 120 cm) geteeld worden maar hebben die ruimte niet van begin tot eind nodig.
Door tussen de jonge plantjes of tussen de zaadgroepen snelgroeiende slasoorten te zaaien kunt u de grond ten volle benutten.
De meeste slasoorten hebben voedzame, vochtige grond nodig om snel te groeien en als u ze water geeft of bemest profiteren de 'langzame' groenten er ook van. Die tussenruimten kunnen evenzo gebruikt worden als kweekbedden voor allerlei koolsoorten.
Tegen de tijd dat ze uitgeplant moeten worden zijn de groenten, waar ze tussen staan, zo groot geworden dat deze de volle breedte van de rij weer nodig hebben.
Zomerworteltjes, koolrabi, radijsjes, sla en erwten kunnen achter elkaar doorgezaaid worden.
Begin daar dus al vroeg in de maand mee, dan kunt u in juli opnieuw inzaaien.
Sla moet vanaf nu op een vaste plaats ingezaaid worden want als u de plantjes verpoot zullen ze doorschieten.
Strooi het zaad dun verspreid uit of, maar dat is wel een geduld werkje, leg om de 10 â 12 cm een paar zaadjes neer.
In het laatste geval kunt u de tussenruimten weer gebruiken om er radijsjes te zaaien.
Het zaad van radijsjes ontkiemt sneller dan dat van sla en de zaailingen moeten uit de grond gehaald worden, zodra de sla uit gaat groeien.
Hoewel de zomer pas begonnen is, moet u toch al aan sla en groenten voor de winter gaan denken.
Zo moet u nu al witlof zaaien, zodat de wortels in oktober uitgegraven en na de droogtijd in een kuil opgezet kunnen worden.
Zaai ook andijvie en peterselie, Chinese kool, en als u dat nog niet gedaan had sperziebonen, pronkbonen en tuinbonen.
Eerder gezaaide tuinbonen zijn nu bijna rijp.
U kunt ze het best jong eten, dan zijn ze het lekkerst.
De peulen worden geplukt als ze ongeveer 8 cm lang zijn en in hun geheel gekookt in weinig water met een klontje boter en zout en peper naar smaak, laat ze na de kooktijd even uitlekken, doe er dan nog een beetje boter bij en strooi er wat fijngehakte, verse basilicum over.
Zover is het echter nog niet.
Eerst moeten de toppen uit de planten gehaald worden om te voorkomen dat ze door insekten aangetast worden.
Deze toppen kunt u ook eten.
Door de tuinbonen preventief te bespuiten kunt u insekten tegenhouden, maar bedenk wel dat als u een selectief bestrijdingsmiddel gebruikt als de peultjes al gevormd zijn, u ze niet te snel daarna mag eten.
Lees de gebruiksaanwijzing op de verpakking goed en volg de instructies nauwgezet op.
Het is echter veel beter om in dit stadium te spuiten met zeepwater, dat is niet schadelijk en helpt ook goed.
In juni lijken de insekten altijd extra actief te worden en het is raadzaam om de groenten van tijd tot tijd te bespuiten;
Er zijn diverse goede insekticiden in de handel - raadpleeg uw kweker.
Kijk erwten na op trips en de andere groenten op luis en rupsen.
Deze laatste vindt u vaak opgekruld in de toppen van sommige jonge planten.
Let ook goed op schimmelziekten en bespuit aardappelen aan het eind van deze maand tegen de aardappelziekte.
Wacht er niet mee tot juli, vooral niet als u uit ervaring weet dat de ziekteveroorzakende schimmels bij u in de grond voorkomen.
Meeldauw is een schimmelziekte die vooral bij erwten voorkomt, onderzoek de planten daarom regelmatig.
Insekten en ziekten kunnen de kwaliteit en de kwantiteit van de oogst nadelig beinvloeden.
Er moet nu vrij veel verpoot worden.
Jonge plantjes kunnen het best uitgeplant worden zodra ze groot genoeg zijn om beet gepakt te worden.
Als hun vaste standplaats nog niet op orde is kunt u ze 7,5 cm uit elkaar in een zaaibed zetten, maar verplaats ze wel nog een keer als de bladeren elkaar raken. Door dat steeds weer verpoten blijven de wortels een vezelige massa.
Als de zaailingen te dicht op elkaar staan raken ze op zoek naar voedsel in een concurrentiestrijd verwikkeld en gaan ze vaak lange penwortels vormen om hun voedsel dieper uit de grond te kunnen halen.
Door hun lengte breken de penwortels af als de zaailingen uitgegraven en naar hun vaste verblijfplaats gebracht worden.
Het gevolg daarvan is dat de plantjes hun kracht verliezen.
Na verloop van tijd passen de overgebleven wortels zich wel weer aan en zal de plant ook wel herstellen, maar hij komt er nooit helemaal bovenop.
De groenten die in de kas of in de bak gekweekt zijn kunnen nu naar buiten gebracht worden.
De eerste weken moet u ze alle aandacht en verzorging geven die ze nodig hebben om goede resultaten te bereiken.
Selderij is bijvoorbeeld een moerasplant die in het wild niet alleen naar believen kan drinken maar ook vloeibaar voedsel kan opnemen.
Dat betekent dat u uw best moet doen om deze natuurlijke groeiomstandigheden te imiteren: veel water en vloeibare mest opdat de stengels lang en sappig worden.
Prei moet uitgeplant worden als de zaailingen groot genoeg zijn voor gaten van 22 cm die die u met de pootstok gemaakt hebt.
Ze moeten in voedzame grond staan maar verder heeft u er geen omkijken naar.
Ze groeien zonder meer uit de gaten op die door de regen geleidelijk aan weer gevuld worden met aarde.

Plaats reactie

Terug naar “Je tuin in twaalf maanden”