Je tuin in twaalf maanden (MEI)

geert
Berichten in topic: 17

Re: Je tuin in twaalf maanden (MEI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:21

WATERTUIN

Er is in mei en april zoveel in de tuin te doen dat het maar goed is dat u met de waterplanten op dit moment nog niet zo'n haast hebt; ze kunnen pas in de vijver als ze redelijk gegroeid zijn.
De meeste zijn pas in juni leverbaar, maar enkele soorten zijn er al in mei.
Als ze eenmaal bij u afgeleverd zijn moeten ze echter zo vlug mogelijk in de vijver gezet worden.
Zorg er daarom voor dat alles goed voorbereid is.
Over de wijze van planten bestaat geen eensgezindheid.
Er zijn experts die zeggen, dat het beslist nodig is om de bodem en de afzetvlakken van de vijver met een 15 tot 20 cm dikke laag aarde te bedekken om een rijke plantengroei te krijgen.
Hier zijn echter vier grote nadelen aan verbonden: er is heel veel aarde voor nodig; de plantengroei is weliswaar uitbundig, maar kan niet onder controle gehouden worden; de vissen brengen de modder in beweging waardoor het water troebel wordt en het is een heel karwei om de vijver schoon te maken.
Volgens de moderne methode worden de planten in plastic houders in de vijver gezet.
Daar is weinig aarde voor nodig; het onderhoud wordt tot een minimum beperkt; de planten kunnen zich niet over de hele vijver verspreiden en door elkaar groeien; ze kunnen makkelijk verplaatst worden en het water blijft helder, vooral als de aarde afgedekt wordt met kiezelsteentjes.
Het bezwaar dat de vijver dan 'onnatuurlijk' zou lijken gaat niet op want de plastic houders gaan na verloop van tijd helemaal schuil onder de planten.
Leveranciers van waterplanten hebben houders die geschikt zijn voor (a) losse waterlelies (b) een of twee randplanten en (c) vier tot zes zuurstof producerende planten.
De houders met een brede bodem zijn beter dan die in de vorm van een bloempot.
Deze laatste vallen makkelijk om waardoor de aarde eruit loopt.
Waterplanten doen het het best in een mengsel van stevig aangedrukte aarde en fijngemaakte zoden.
Mest, kunstmest, beendermeel of andere toevoegingen zijn niet nodig en u moet ze dan ook beslist niet gebruiken want ze kleuren het water groen.
Compost, zand, turf en bladaarde horen evenmin in de vijver thuis.
Als de vijverplanten afgeleverd zijn moeten ze meteen uitgepakt worden en in een emmer of kuip met water gezet tot ze in de vijver kunnen.
Voor het planten moeten alle beschadigde stelen en bladeren verwijderd worden.
De oude, vlezige wortels van waterlelies zijn overbodig en kunnen er ook afgehaald worden als dat niet al gebeurd is.
Lelies moeten zodanig geplaatst worden dat het groeipunt niet afgedekt wordt.
Let er bij het planten op dat de aarde stevig wordt aangedrukt, want in het water wordt de grond onmiddellijk minder compact.
Randplanten moeten op een afzetvlak staan of op een plaats in de vijver waar het ondiep is.
Afhankelijk van de soort mogen ze 2,5 tot 10 cm onder water staan.
Zuurstofproducerende onderwaterplanten (er moet in de vijver ten minste een per twee vierkante meter staan) kunnen op elk niveau neergezet worden: enkele in ondiepe gedeelten om het kuit schieten van de vissen te bevorderen, andere in diepe delen van de vijver.
Waterlelies moeten in het begin op een paar stenen staan zodat de nieuwe bladgroei het wateroppervlak snel kan bereiken. Later worden ze dan op de bodem van de vijver gezet, hoewel het echt niet nodig is om ze dieper dan 35 tot 50 cm te plaatsen. Het is een volkomen verkeerde veronderstelling dat snelgroeiende waterplanten op zijn minst 90 cm diep zouden behoren te staan.
Integendeel zelfs, er zijn maar weinig planten die dat prettig vinden.
Drijvende planten (azolla, lemna, hydrocharis, stratiotes enz.) hoeven niet ingeplant te worden; u kunt ze zonder meer op het water leggen.
Primula- en iriszaailingen zijn, bijna zover dat ze op een beschutte plaats in goede aarde uitgeplant kunnen worden.
Primula's moeten bovendien in de schaduw staan.
De oever is gediend met wat beendermeel (ca. 60 gram per vierkante meter) maar pas op dat er niets in het water terecht komt.
Een vijver die kort geleden voor het eerst of opnieuw werd gevuld, ziet er nu waarschijnlijk troebel en groen uit.
Die verkleuring wordt veroorzaakt door ontelbare nietige plantjes (de algen) die prima gedijen in het lichte water vol minerale zouten.
Soms zijn de algen rood in plaats van groen.
Die vertroebeling is echter heel gewoon en onvermijdelijk; het is een fase waarde vijver doorheen moet.
Door het water te vervangen bereikt u alleen dat het langer duurt voor de vijver weer helder wordt.
Het komt vanzelf in orde als de waterplanten zich thuis beginnen te voelen in hun nieuwe omgeving.
De zuurstofproducerende planten dragen er het meest toe bij dat het water helder wordt door de minerale zouten op te nemen. Waterlelies en drijvende planten helpen door met hun bladeren het licht naar beneden af te schermen.
Deze natuurlijke bestrijding is verre te prefereren boven chemische middeltjes die slechts een tijdelijk effect sorteren en soms nadelig zijn voor de planten en de vissen.
Een vis die door andere vissen achterna gezeten wordt is een wijfje dat kuit gaat schieten.
Verstoor het spel niet; het hoort bij het voortplantingsproces en is er zelfs een essentieel onderdeel van.
Ovale of worstvormige drilklodders aan de onderkant van de leliebladeren zijn geen slakken maar de eitjes van de waterslak die meer goed dan kwaad doet in de vijver.

geert
Berichten in topic: 17

Re: Je tuin in twaalf maanden (MEI)

Bericht door geert » 06 nov 2011, 19:23

DIEREN IN DE TUIN

In mei komen de laatste zomergasten aan en verdwijnen de winterbewoners.
De eerdere gasten zijn druk in de weer met het zorgen voor hun jongen.
In alle tuinen vliegen de ouders gejaagd heen en weer op zoek naar voedsel voor de altijd hongerige bekjes in het nest.
Die dieren die een winterslaap hebben gehouden zijn nu terug in hun holen in de tuin en brengen hun jongen groot.
Veel zomergasten, zwaluwen en vliegenvangers bijvoorbeeld, eten alleen insekten.
Ze hebben in de tuin een ruime keus en het is fascinerend te zien hoe ze hun prooi te pakken krijgen.
Bijen zijn heel bekende insekten.
Ze leven in een strikt klassesysteem met drie rangorden.
Tot de hoogste orde of kaste behoort de bijenkoningin, iedere korf heeft zijn eigen koningin en haar enige taak is de voortplanting.
Tot de tweede kaste behoren de werksters onvruchtbare wijfjes die het werk in de doen.
De laagste kaste wordt gevormd de darren, de mannetjes-bijen, die als taak - het bevruchten van de koningin - volbracht is, meedogenloos de korf uitgejaagd worden.
Een ander insekt met een hoog beschavingsniveau is de mier.
Mieren komen over de hele wereld voor en worden overal gevreesd.
In Zuid-Amerika en Afrika vreten ze wel gebieden kaal tijdens de trek.
In Nederland hoeven we daar niet bang voor te zijn.
Mieren kunnen een plaag zijn in de tuin maar hebben als aaseters ook hun nut.
Water in de tuin, van een vijver tot een watervat, is een broeiplaats voor muggen.
In het noorden zijn deze net als de mier onschadelijk maar af en toe lastig.
De larven van de muggen kunt u in stilstaand water zien kronkelen mits er geen vissen in zwemmen want dat zijn eersteklas larvenbestrijders.
Een insekt dat u zelden zult zien, maar die waarschijnlijk wel door zijn afscheiding kent is het schuimbeestje.
De nymphen installeren zich op grassprietjes of een ander steeltje en bouwen met behulp van het schuimige sap dat ze uit de plant zuigen een beschermend pantser om zich heen.
Vlinders geven de tuin vaak evenveel kleur als bloemen.
Het meest voorkomend zijn de witjes en hun soortgenoten de koolwitjes genoemd vanwege hun voorliefde voor kool die ze als rups ernstig kunnen beschadigen.
Deze vlinders zijn evenals spreeuwen semi-migranten en leggen hun eitjes - wel 60 tot 100 per keer - in de zomermaanden tussen koolplanten.
Als de rupsen uit de eitjes komen hebben ze nog een maand of twee de om de kolen aan te vreten.
De rode admiraaivlinder is ook een veel voorkomende semi-migrant.
Vlinders komen vooral af op buddleia's, brandnetels en judaspenning.
Probeer ze met deze planten de tuin in te lokken met uitzonderingen van de brannetels misschien.
Andere planten die vlinders aantrekken zijn: dwergmispels (cotoneaster) seringen, lavendel, tijm, schildzaad, reseda's, gulden roede en verbascum-soorten.
Insekten zijn voor de vogels en andere dieren in de tuin een geliefde prooi.
Sommige vogels eten zelfs alleen gevleugelde insekten.
Dichterbij de grond worden ze bedreigd d kikkers, hagedissen, en trage egels.
In mei kunt u het best observeren hoe in de natuur het evenwicht in stand wordt gehouden.
De mens kan de plannen die de natuur voor zichzelf heeft nauwelijks verstoren.
En als dat gebeurt herstelt de natuur de schade onmiddellijk.
De dieren, vogels en insekten slagen erin om bijna op dezelfde wijze voort te leven als voor de tijd van de bestrijdingsmiddelen en insekticiden.

Plaats reactie

Terug naar “Je tuin in twaalf maanden”